(Geinspireerd door Frank van Marwijk, www.lichaamstaal.com)

Voor een goede aansturing van je team heb je als manager meer informatie nodig dan uit functionerings- en beoordelingsgesprekken komt. Mensen die met elkaar samen zijn reageren voortdurend op elkaar en beïnvloeden elkaar. Iedere collega heeft een relatie met elk van de andere collega’s en dit maakt een team tot een complex systeem. Voor jou als manager is het daarom belangrijk meer te weten te komen over de verhoudingen tussen je medewerkers.

Om goede aansturing aan je team te geven is het belangrijk dat je je personeel werkelijk leert kennen en dan vooral de onderlinge verhoudingen van de teamleden. Je zou hiervoor iets moeten weten over de waardering en het begrip voor elkaar, de overeenstemming, de vooroordelen, de wederzijdse steun en de onderlinge competitie. Als je kunt bereiken dat teamleden zich goed op elkaar afstemmen, draagt dit bij tot een grotere productiviteit en tevredenheid. Je hebt er dus alle reden voor om bij te dragen aan een goede sfeer op de afdeling.

Als je zicht wilt krijgen op de relaties die verschillende medewerkers met elkaar hebben, zou je simpelweg naar hen kunnen luisteren. Je moet echter ook de ogen de kost geven. Als je let op de interacties die plaatsvinden, kun je veel te weten komen over de onderlinge verhoudingen zoals die aan de oppervlakte van de groepsdynamiek afspelen.

Je kunt luisteren naar wat ze zeggen, opletten wie er het meest aan het woord is en hoe daarop gereageerd wordt. Wie reageert er op wie en is deze reactie positief, dan wel negatief? Hoe is de toon? Wie hult zich juist in zwijgen en gaat helemaal op in zijn werkzaamheden of kijkt zuchtend uit het raam? Wie doet het af met een lolletje? Al deze interacties kun je vanaf de buitenkant waarnemen.

Voor de dieptestructuur van de groepsdynamiek dien je als manager je voelsprieten uit te steken. Om meer over de betrekkingen te weten te komen zou je iets moeten weten over de diepere beweegredenen voor ieders gedrag. Wat is de achterliggende motivatie om iets te zeggen of iets te doen? Welke gevoelens hebben de medewerkers voor elkaar? Je komt dan op het terrein van dubbele boodschappen, onderliggende conflicten en andere verborgen verhoudingen.

Dit wordt veelal duidelijk door lichaamstaal. Medewerkers die goed met elkaar overweg kunnen, kijken elkaar bijvoorbeeld met regelmaat aan. Hiermee geven ze te kennen dat ze elkaar steunen. Rivalen zullen elkanders aanblik eerder vermijden, tenzij ze rechtstreeks met elkaar in de strijd gaan. Ook verandering van mimiek kan een aanwijzing geven. Veel mensen zijn zich meestal onbewust van hetgeen hun gezicht laat zien en zelfs mensen die er in geoefend zijn om hun emoties te verbergen tonen soms een kort moment van andere expressie. Ook houding, bewegingen, afstand en nabijheid geven blijk of bepaalde medewerkers op dat moment met elkaar overweg kunnen.

Paardentaal is overwegend een stille taal, lichaamstaal. Als prooidier wil je namelijk niet onnodig mogelijke jagers op je aanwezigheid wijzen. Zo begroeten paarden elkaar door zachtjes in elkanders neus te ademen, waarmee ze allerlei informatie met elkaar uitwisselen. Ze vertellen elkaar als het ware hoe het met ze is.

De positie van paarden ten opzichte van elkaar maakt ook deel uit van de taal. De leidende merrie staat aan de voorkant van de kudde, de drijvende hengst aan de achterzijde. Het veulen staat naast de schouder van de moeder. Een leider loopt aan de buitenkant, de zwakkere dieren in het midden van de kudde.

In onze workshop Paard als Spiegel maken we gebruik van de lichaamstaal als communicatie tussen de deelnemers en het paard. Zo kan de positie die een deelnemer inneemt op het moment dat het paard hem/haar moet volgen, iets zeggen over de beleving van de deelnemer over ‘leiden’. Loopt de deelnemer er duidelijk voor of liever naast het paardenhoofd? Kijkt hij/zij alleen maar vooruit of steeds achterom? Is de leider op de omgeving gericht of op de volger?

Als manager is het erg nuttig, maar vooral ontzettend leuk om met je team de workshop Paard als Spiegel te doen. Je leert je team op een ander wijze kennen en herkent onderlinge verhoudingen. Hierdoor kun je beter de samenwerking aansturen, naast de individuele talenten.